Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 10

Bijzondere criteria ten behoeve van het wonen

Onderdeel van Wmo verordening gemeente Nieuwegein 2015

1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op: a.het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur; b.het treffen van voorzieningen in specifiek op mensen met beperkingen gerichte woongebouwen, voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft dan wel voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen. 2. Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt getroffen. 3. De aanvraag voor een woonvoorziening kan in ieder geval worden geweigerd indien: a.de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere dringende reden aanwezig was; b.de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; c.deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; d.verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; e.de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; f.de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel