1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op:
a.het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens,
kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij
kamerverhuur;
b.het treffen van voorzieningen in specifiek op mensen met beperkingen
gerichte woongebouwen, voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke
ruimten betreft dan wel voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder
noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen.
2. Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de cliënt zijn
hoofdverblijf heeft in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt
getroffen.
3. De aanvraag voor een woonvoorziening kan in ieder geval worden geweigerd
indien:
a.de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een
verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de
woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere
dringende reden aanwezig was;
b.de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat
moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf
schriftelijk toestemming is verleend door het college;
c.deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten
anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra
trapleuningen;
d.verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en of geschikt is om het
gehele jaar door bewoond te worden;
e.de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning
voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
f.de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van
achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning
of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan
de woning mogen worden gesteld.
Hoofdstuk 3:
Artikel 10
Bijzondere criteria ten behoeve van het wonen
Onderdeel van Wmo verordening gemeente Nieuwegein 2015