In deze verordening wordt verstaan onder:
a.bovengrondse voorzieningen:
transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel
voorzieningen uitmaken van een net of netwerk, als bedoeld in onderdeel
j. van dit artikel, die bovengronds in de openbare ruimte worden
geplaatst;
b.college Dronten:
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten;
c.coördinatieverplichting:
de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg, instandhouding en
opruiming van alle kabels en/of leidingen in de gehele openbare grond
binnen de gemeentelijke grenzen;
d.gedoogplichtige:
degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1, van de
Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, eerste lid,
van de Telecommunicatiewet of via een (publiekrechtelijke) vergunning;
e.grondroerder:
degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of
leiding (graaf)werkzaamheden worden verricht;
f.(huis)aansluiting:
het gedeelte van de kabel en/of leiding door openbare grond dat een
netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt ten behoeve van een
onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e,
van de Wet Waardering Onroerende Zaken;
g.Instemmingsbesluit:
besluit van het college van burgemeester en wethouders op een aanvraag
van voorgenomen werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar
elektronisch telecommunicatienetwerk;
h.kabels en/of leidingen:
kabels en/of leidingen als onderdeel van een openbaar net(werk),
daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-,
verdeel- en onderstations, voorzieningen (afsluiters, brandkranen,
lassen, etc.) en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze
verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een
producent of van een afnemer en tevens omvattende lege buizen,
ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van
deze kabels en/of leidingen zijn kabels als bedoeld in de
Telecommunicatiewet, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en
distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en
dienstleidingen), waterleidingen en kabels en/of leidingen ten behoeve
van industriële netwerken;
i.netbeheerder:
de rechtspersoon die acteert als beheerder van een net of netwerk voor
de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of WKO (Warmte
Koude Opslag), dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar)
elektronisch communicatienetwerk;
j.net of netwerk:
samenstel van ondergrondse kabels en/of leidingen, bestemd voor het
transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van
informatie (een elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel
1.1. onder e en h van de Telecommunicatiewet);
k.niet-openbare kabels:
kabels en/of leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze en/of leidingen
behoren) die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden;
l.openbare gronden:
openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1, onder aa, van de
Telecommunicatiewet;
m.registratiesysteem:
(digitaal) systeem van de gemeente waarin meldingen, vergunningen en
instemmingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en
alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens de gemeente
en/of de grondroerder.
n.spoedeisende werkzaamheden:
reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een
ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het
betreffende net is opgetreden en/of schade ontstaat;
o.vergunning:
besluit van het college van burgemeester en wethouders op een aanvraag
van voorgenomen werkzaamheden inzake kabels en/of leidingen,
uitgezonderd voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
telecommunicatienetwerk;
p.werkzaamheden:
handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, inclusief het
opbreken en herstel van de sleufverharding, in de openbare grond in
verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of
leidingen;
q.werkzaamheden van niet ingrijpende aard:
het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in aangebrachte
voorzieningen (mantelbuizen);
reparaties of onderhoudswerk aan kabels en/of leidingen met een
gezamenlijke lengte van minder dan vijfentwintig (25) meter en niet
vallend onder onderdeel n. van dit artikel 1;
het maken van (huis)aansluitingen, zoals bedoeld in onderdeel f. van
artikel 1, tot een gezamenlijke lengte van vijfentwintig (25) meter,
waarbij geen verhardingen (uitgezonderd voetpaden) of groenvoorzieningen
(uitgezonderd gras) worden gekruist;
het maken van een montagegat c.q. lasgat; een opbreking met beperkte
afmeting, maximaal 5 m², die wordt gemaakt t.b.v. het plaatsen van een
handhole, de toegang tot een handhole, plaatsen van afsluiters, het
opgraven van een kabelrol t.b.v. (huis)aansluitingen, het maken van
aftakkingen, voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen, voor
inspectiedoeleinden, tenzij in één van bovenstaande gevallen
verhardingen (uitgezonderd voetpaden) of groenvoorzieningen
(uitgezonderd gras) worden gekruist;
HOOFDSTUK 1:
Artikel 1.