**1..** Het is verboden zonder of in afwijking van een instemmingbesluit
werkzaamheden uit te voeren in of op openbare gronden inzake de
aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en/of leidingen en/of
bovengrondse voorzieningen te plaatsen.
**2..** Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten kan hierover
vooroverleg voeren met het college ten einde een aanvraag voor een
instemmingsbesluit, zoals bedoeld in onderdeel h. van artikel 1,
voor te bereiden.
**3..** Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere
gedoogplichtige dan de gemeente Dronten wordt uiterlijk vier weken
na ontvangst van de aanvraag voor een instemmingsbesluit het college
schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het
(voor)overleg tussen de grondroerder en de overige
gedoogplichtige(n).
**4..** Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als
bedoeld in onderdeel q. van artikel 1, is geen instemmingsbesluit,
als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk maar kan worden volstaan
met een (digitale) melding vooraf aan het college.
**5..** Voor werkzaamheden, zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel, moet 5
werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een
(digitale) melding worden gedaan aan het college.
**6..** Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in onderdeel n. van artikel
1, dienen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te
worden. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding
uiterlijk binnen één werkdag na de start van de uitvoering
gemotiveerd worden gedaan aan het college. Indien achteraf blijkt
dat de uitgevoerde werkzaamheden instemmingsplichtig zijn, dient er
alsnog een instemmingsbesluit aangevraagd te worden.
**7..** Het instemmingsbesluit vervalt indien daarvan geen gebruik wordt
gemaakt binnen een half jaar na de datum waarop het besluit
onherroepelijk is geworden.
**8..** Het melden van aanvang en einde werkzaamheden dient plaats te vinden
conform de uitvoeringsvoorschriften.
**9..** Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op
werkzaamheden van de gemeente bij het uitvoeren van haar
publiekrechtelijke taak.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 10.