**1..** Een grondroerder maakt op verzoek van het college bij de aanleg van
kabels en/of leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk
(mede)gebruik van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan
wel door of in opdracht van het college aangelegde, voorzieningen.
Indien dit technisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering
vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid.
**2..** Een vooroverleg dan wel een door het college geïnitieerd overleg
naar aanleiding van een aanvraag voor vergunning of
instemmingsbesluit is er mede op gericht te bepalen of en zo ja
langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van
bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
**3..** Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
nieuwe kabels en/of leidingen, dient de grondroerder een alternatief
tracé te kiezen.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 14.