Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels vast. 2.. Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op: de wijze van uitvoering bij aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen; het opstellen van voorschriften op het gebied van markering en afzetting; het toepassen van proefsleuven; de omgang met kabels en leidingen in verontreinigde gronden, rond watergangen en (stedelijk) groen en op verhardingen boven kabels en leidingen; informatie-uitwisseling tussen gemeente netbeheerders, zoals bedoeld in onderdeel i. van artikel 1, en overige belanghebbenden, zoals omwonenden; redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 12, lid 1, van de Woningwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel