**1..** Het college stelt de hoogte van het pgb vast op basis van de door de
jeugdige of zijn ouders ingediende begroting voor de benodigde
ondersteuning, voor zover dit blijft binnen de grenzen van de
maximale pgb-tarieven, zoals genoemd in deze paragraaf voor de
betreffende vorm van ondersteuning. Het college houdt bij de
vaststelling van de hoogte van het pgb rekening met het feit of er
sprake is van professionele ondersteuning, zzp ondersteuning of
ondersteuning in het informele circuit.
**2..** Het college houdt bij de vaststelling van de hoogte van het pgb
rekening met het feit of er sprake is van professionele
ondersteuning of ondersteuning in het informele circuit. De
kostprijs van een persoonsgebonden budget voor een niet-materiële
maatwerkvoorziening (dienstverlening) richt zich naar de kostprijs
van een maatwerkvoorziening in natura. Het college stelt regels
omtrent de differentiatie van de tarieven naar de wijze waarop het
pgb wordt besteed. Hierbij kan ze het onderscheid maken tussen:
een geregistreerde (zorg)organisatie/instelling;
een ZZP’er;
eninformele zorg.
**3..** Het college stelt nadere criteria op om te bepalen of er sprake is
van professioneleondersteuning door een organisatie, freelancer of
zelfstandige zonder personeel, waarbijhet college waar mogelijk
aansluit bij de kwaliteitscriteria die worden gesteld
aanaanbieders.
**4..** Voor zover de jeugdige of zijn ouders door de verstrekking van een
pgb kosten bespaart voor een in zijn situatie algemeen gebruikelijk
te achten product, kan het college besluiten die kosten in mindering
te brengen op het pgb.
**5..** Het college kan regels stellen, om aan de jeugdige of zijn ouders de
mogelijkheid te geven om per jaar in de begroting een bedrag in op
te nemen dat niet bestemd is voor salariskosten, maar voor
andersoortige kosten in relatie tot de dienstverlener. Dit kan dan
alleen bij een pgb voor dienstverlening.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Hoogte van het pgb en begroting
Onderdeel van verordening jeugdhulp Hilvarenbeek 2015