Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Melding en onderzoek

Onderdeel van verordening jeugdhulp Hilvarenbeek 2015

1.. Een melding kan door of namens een jeugdige of zijn ouders worden gedaan: bij de door het college vastgestelde professionals uit het lokale dorpsnetwerk, in de buurt waar de persoon woont; digitaal via het daarvoor ter beschikking gestelde digitale loket; telefonisch via het centrale informatienummer van de gemeente; schriftelijk; via een andere, door het college geopende mogelijkheid. 2.. De medewerker die de melding in behandeling neemt stelt vast: of het een melding in het kader van de wet is; indien dat niet het geval is, verwijst de jeugdige of zijn ouders zo nodig direct door naar waar deze zich wel kan vervoegen. 3.. De medewerker bevestigt de melding schriftelijk en informeert de jeugdige of zijn ouders over de mogelijkheid om zelf een plan te overleggen en bij het maken daarvan zo nodig gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. De schriftelijke bevestiging van de melding kan achterwege blijven als door of namens de cliënt wordt aangegeven op basis van de verstrekte informatie naar aanleiding van de melding geen behoefte meer te hebben aan een verdere behandeling van zijn melding. 4.. Als de in het derde lid, tweede volzin, genoemde situatie niet van toepassing is, stelt demedewerker een onderzoek in volgens een door het college vast te stellen procedure. 5.. Als de situatie van de jeugdige of zijn ouders bij de medewerker voldoende bekend is, kan het onderzoek in overleg met hen worden beperkt tot de onderdelen die volgens de medewerker en de jeugdige of zijn ouders van belang zijn in relatie tot de melding. 6.. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke individuele voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel