**1..** Een melding kan door of namens een jeugdige of zijn ouders worden
gedaan:
bij de door het college vastgestelde professionals uit het
lokale dorpsnetwerk, in de buurt waar de persoon woont;
digitaal via het daarvoor ter beschikking gestelde digitale
loket;
telefonisch via het centrale informatienummer van de
gemeente;
schriftelijk;
via een andere, door het college geopende mogelijkheid.
**2..** De medewerker die de melding in behandeling neemt stelt vast:
of het een melding in het kader van de wet is;
indien dat niet het geval is, verwijst de jeugdige of zijn
ouders zo nodig direct door naar waar deze zich wel kan
vervoegen.
**3..** De medewerker bevestigt de melding schriftelijk en informeert de
jeugdige of zijn ouders over de mogelijkheid om zelf een plan te
overleggen en bij het maken daarvan zo nodig gebruik te maken van
gratis cliëntondersteuning. De schriftelijke bevestiging van de
melding kan achterwege blijven als door of namens de cliënt wordt
aangegeven op basis van de verstrekte informatie naar aanleiding van
de melding geen behoefte meer te hebben aan een verdere behandeling
van zijn melding.
**4..** Als de in het derde lid, tweede volzin, genoemde situatie niet van
toepassing is, stelt demedewerker een onderzoek in volgens een door
het college vast te stellen procedure.
**5..** Als de situatie van de jeugdige of zijn ouders bij de medewerker
voldoende bekend is, kan het onderzoek in overleg met hen worden
beperkt tot de onderdelen die volgens de medewerker en de jeugdige
of zijn ouders van belang zijn in relatie tot de melding.
**6..** In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet
treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke
individuele voorziening in afwachting van de uitkomst van het
onderzoek.