Naar hoofdinhoud
1.. In deze regeling is het beleid neergelegd voor het opleggen van bestuurlijke boeten bij de heffing van gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten waarop Hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) van toepassing is. 2.. Op beboetbare feiten die zijn begaan na de inwerkingtredingsdatum van deze regeling (zie artikel 22) zijn de beleidsregels van deze regeling van toepassing. 3.. Op beboetbare feiten die zijn begaan vóór de inwerkingtredingsdatum van deze regeling blijft de oude regelgeving van toepassing, zoals deze luidde ten tijde van het begaan het beboetbare feit. Indien terzake van deze feiten op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog geen boete is opgelegd of de boetebeschikking nog niet onherroepelijk vaststaat, dan zijn de beleidsregels van deze (nieuwe) regeling van toepassing voor zover deze gunstiger zijn voor belanghebbende. 4.. Deze regeling sluit zoveel mogelijk aan bij het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. Omdat in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst daarnaast onderdelen staan die niet relevant zijn voor de heffing van gemeentelijke belastingen, is ervoor gekozen die betreffende onderdelen niet in deze regeling op te nemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel