Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.9

Eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening (voorziening in natura of een pgb)

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015

1.. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening door het college is aan de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd. 2.. Indien een maatwerkvoorziening wordt verstrekt, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt de hoogte van een eigen bijdrage afgestemd op de hoogte van het inkomen en het vermogen. 3.. De eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening is gelijk aan de maximale eigen bijdrage die mogelijk is op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 4.. De eigen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening wordt opgelegd gedurende de termijn dat de cliënt gebruik maakt van de voorziening en overstijgt de kostprijs van de voorziening niet. 5.. Deze verordening is niet van toepassing op de bijdragen voor de kosten van (maatschappelijke) opvang. Hiervoor wordt verwezen naar de “Verordening eigen bijdragen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2015”. 6.. Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 7.. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening kan het college nadere regels opstellen over de wijze waarop een eigen bijdrage wordt opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel