De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt afgewezen indien:
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond, tenzij er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden; of
de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daar van tevoren schriftelijk toestemming voor is verleend door het college.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.7
Begrenzingen bij woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015