Het eerste lid bepaalt dat de tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten niet eerder wordt uitbetaald dan nadat de persoon is verhuisd naar een voor hem geschikte beschikbare woning. Overigens kan zonder verhuizing sowieso geen sprake zijn van (meer)kosten.
In het tweede lid is bepaald dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot het delegeren van nadere regels aan het college. Daarmee is het college in staat maatwerk te bieden bij het verlenen van de hier bedoelde tegemoetkomingen in de meerkosten. Daarbij zal het college zich in ieder geval rekenschap moeten geven van de kaders die daarvoor in het tweede lid zijn gesteld.
HOOFDSTUK 11 TOEZICHT, HANDHAVING EN TERUGBETALING
Artikelsgewijs
In dit hoofdstuk van de verordening zijn bepalingen opgenomen over het aantasten van rechten van cliënten. Daarvoor kan rechtvaardiging worden gevonden indien sprake is van de situaties zoals genoemd. Deze hebben betrekking op het - door de cliënt - verstrekken van onjuiste inlichtingen. Het gaat in alle gevallen om een bevoegdheid van het college (kan-bepaling). Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk hoort een afweging tussen alle bij het te nemen besluit betrokken belangen.