Naar hoofdinhoud

Artikel 6.2

Artikel 6.2

Onderdeel van Verordening Wmo 2015 Oisterwijk incl toelichting

Het spreekt voor zich dat de hier bedoelde maatschappelijke ondersteuning in ieder geval moet bijdragen aan het behouden dan wel verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Er kan geen limitatief aantal resultaten worden opgesomd waaruit ondersteuning bestaat. Het eerste lid bepaalt waar de ondersteuning op is gericht. Het tweede lid bepaalt dat naast de maatwerkvoorziening die aan de cliënt kan worden toegekend ook ondersteuning aan de personen uit diens sociale netwerk ondersteuning kan worden geboden. Het resultaat van die ondersteuning is gericht om hen in staat te stellen om te gaan met (de gevolgen van) de beperkingen van de cliënt. Om de genoemde resultaten te bereiken kunnen diverse activiteiten vallen die door de aanbieder worden geleverd. Dat is onder meer afhankelijk van de mate van zelfredzaamheid in het individuele geval van de cliënt. De mate van zelfredzaamheid wordt vanzelfsprekend bepaald door de beperkingen van de cliënt. Deze kunnen betrekking hebben op bijvoorbeeld (problematisch) gedrag of het hebben van geheugen- of oriëntatiestoornissen. De activiteiten van de aanbieder kunnen bestaan uit het oefenen of ondersteunen bij het oefenen met vaardigheden of handelingen, het gebruik van hulpmiddelen voor communicatie, het stimuleren van wenselijk gedrag of het inslijpen van gedrag. Het spreekt voor zich dat naar mate de cliënt zwaardere beperkingen heeft dit ook eisen stelt aan de mate van professionaliteit van de aanbieder. Dit speelt ook een rol bij de beoordeling van het recht op een persoonsgebonden budget (zie hoofdstuk 5 van deze verordening). Het ligt verder voor de hand dat het college, tenzij de wet, het beleidsplan of de verordening zich daartegen verzetten, aansluiting zoekt bij de activiteiten waar de AWBZ zich op richtte. Daarbij wordt wel opgemerkt dat de wet en de verordening het college meer mogelijkheden biedt om tot andere oplossingen te komen die (kunnen) leiden tot zelfredzaamheid en participatie van cliënten. In de Wmo 2015 is - in tegenstelling tot de AWBZ - geen sprake van een verzekerde aanspraak maar van een aanspraak op maatwerkvoorziening als de cliënt daar naar oordeel van het college op is aangewezen. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 van de verordening. Activiteiten aanbieder De activiteiten waar de maatwerkvoorziening (samengevat) betrekking op kunnen hebben zijn: Stimuleren en toezicht; en/of Helpen bij; en/of Overnemen en regie. De maatwerkvoorziening wordt in principe aan de cliënt toegekend in het kader van diens zelfredzaamheid en participatie, maar kan ook betrekking hebben op het ontlasten van diens mantelzorger (respijtzorg).

Rechtspraak bij dit artikel