Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 16

Recidive

Onderdeel van Verordening Afstemming Sociale Zekerheid 2015, gemeente Drimmelen

1.. Indien een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 7, artikel 8, artikel 12, artikel 13 of artikel 14, van deze verordening, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie, wordt de verlaging die op grond van de bepalingen van hoofdstuk 3 en hoofdstuk 5 van deze verordening moet worden opgelegd voor de nieuwe verwijtbare gedraging telkens verdubbeld. 2.. Indien een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdelen b, d, e, f en h, van de wet, zich opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdelen b, d, e, f en h, van de wet, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden. 3.. Indien een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdelen a, c en g van de wet, zich opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdelen a, c en g van de wet, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden. 4.. Indien een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit zoals bedoeld in het tweede en derde lid, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet, bedraagt de verlaging telkens 100% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel