Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
HOOFDSTUK 2 › § 2
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2015 Gemeente Westland