Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.

Artikel 2.

Voorwaarden pgb

Onderdeel van Nadere regels sociaal domein Kaag en Braassem 2015

Het college verstrekt een pgb aan inwoners onder de voorwaarde dat: De inwoner samen met het kernteam een verslag of plan opgesteld heeft - tenzij in overleg is afgezien van een verslag of plan - waarin benoemd is: dat een maatwerkvoorziening nodig is; hoe de inwoner het pgb gaat besteden; en welke resultaten gerealiseerd worden met het pgb. De inwoner zich gemotiveerd op het standpunt stelt: dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen indien het een voorziening op grond van de Wmo betreft; dat de door het college gecontracteerde maatwerkvoorzieningen niet passend zijn in zijn specifieke situatie indien het een voorziening op grond van de Jeugdwet betreft. De inwoner volgens het advies van het kernteam voldoende in staat geacht wordt om - al dan niet met ondersteuning van mensen uit zijn sociaal netwerk, een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde - de taken, die aan het pgb verbonden zijn, op een verantwoorde manier uit te voeren. De ondersteuning die met het pgb ingekocht wordt volgens het advies van het kernteam van voldoende kwaliteit is.

Rechtspraak bij dit artikel