**1..** 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 60c van de
Participatiewet en artikel 29a van de lOAW en lOAZ, verleent het
college medewerking aan een schuldregeling indien:
redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende
niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn
schulden;
redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling
met betrekking tot alle vorderingen van de overige
schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand
zal komen; en
de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde
uitkering tenminste zal worden voldaan naar
evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van
gelijke rang.
de schuldregeling tot stand moet komen door een persoon
of organisatie die ook daadwerkelijk volgens de gelden
kwaliteitseisen in staat mag worden geacht een goede en
evenwichtige schuldregeling te kunnen
treffen.
**2..** de terugvordering van uitkering het gevolg is van
verwijtbaar gedrag van de belanghebbende dan wel de
vordering ziet op bijstand die is verstrekt in de vorm
van een geldlening op grond van het bepaalde in artikel
48, tweede lid, aanhef en onder b, van de
Participatiewet;
de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een
goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet
op die goederen verhaald kan worden.
**3..** Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling
wordt ingetrokken indien:
niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is
bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen
die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid;
de belanghebbende de aan de schuldregeling verbonden
verplichting ondanks eerdere waarschuwing blijft
schenden; dan wel
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de
verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een
ander besluit zou hebben geleid.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 8.
Geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering bij schulden
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Particpatiewet 2015