Voor de uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dat de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, kan gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden vrijlating van inkomsten uit arbeid plaatsvinden zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder o van de wet waarbij het percentage wordt bepaald op 25% en het maximumbedrag wordt bepaald op het maximumbedrag dat in genoemd artikel van de wet is opgenomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 21
Inkomstenvrijlating
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand