Onverminderd de verplichtingen die gelden op grond van de wet of van andere wetten, gelden voor de belanghebbende de volgende verplichtingen:
Een persoon aan wie door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken.
Een persoon die gebruik maakt, gebruik moet maken of gebruik wenst te maken van een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Ioaw, de Ioaz en de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen en deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden.
Een persoon die gebruik maakt, gebruik moet maken of gebruik wenst te maken van een voorziening is verplicht aan het college alle inlichtingen te verstrekken die van invloed kunnen zijn op het bepalen van de geschikte voorziening of op zijn deelname aan de voorziening.
Indien een uitkeringsgerechtigde gebruik maakt, gebruik moet maken of gebruik wenst te maken van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde onder a tot en met c, kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand .
Indien een persoon gebruik maakt, gebruik moet maken of gebruik wenst te maken van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde onder a tot en met c, het college de reeds gemaakte kosten van de voorziening, waaronder begrepen de reeds verschuldigd geworden loonkostensubsidie aan een werkgever, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van die persoon.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Verplichtingen van de belanghebbende en sancties
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand