**1..** Het college ziet af van het opleggen van een verlaging
indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan 2 jaar voor constatering daarvan
door het college heeft plaatsgevonden en het is niet de
gedraging zoals bedoeld in de geüniformeerde
maatregelen, zoals opgenomen in artikel 18, vierde lid,
P-wet.
**2..** Het college kan afzien van het opleggen van een verlaging indien
het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Indien het college afziet van het opleggen van een verlaging op
grond van dringende redenen, legt het college dit vast in een
besluit.
Paragraaf 3: › Paragraaf 3.1:
Artikel 22:
Afzien van het opleggen van een verlaging
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015