**1..** Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal
de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college
de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de
beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf de eerste van
de maand volgend op de dagtekening waarop de bestuurlijke boete
is opgelegd.
**2..** Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid,
verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende
twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft
beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de
toepasselijke bijstandsnorm.
**3..** Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en
r, P-wet.
Paragraaf 3: › Paragraaf 3.3.2:
Artikel 39:
Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015