In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één
locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor
het in bewaring houden van honden die zwervend zijn
aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent
afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld
overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit
houders van dieren.
De belasting wordt niet geheven voor honden:
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in
hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden
gehouden;
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in
hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden
gehouden;
die jonger zijn dan vier maanden, voor zover zij tezamen met
de moederhond gehouden worden;
die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1,
onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk
asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in
artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden
gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1,
onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke
inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in
artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;
die worden gehouden door ambtenaren van politie of
bijzondere opsporingsambtenaren van de gemeente dan wel van
de provinciale of rijksoverheid, uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend ter verrichting van opsporingsdiensten.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2015