Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.5

Weigering of verlaging

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Lelystad 2015

1.. Het college kan een voorziening genoemd in artikel 7.1 weigeren indien: er een beroep wordt gedaan op de gemeente tot de verstrekking van een woonvoorziening en deze aanvraag het gevolg is van verwijtbaar handelen of nalaten van de aanvrager. deze wordt aangevraagd voor een woning of gemeenschappelijke ruimte die speciaal voor personen met beperkingen is ingericht. 2.. Het college weigert een voorziening genoemd in artikel 7.1: indien de beperking of het probleem voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager verhuist vanuit een woning waarin en waaromheen hij in staat is zich te verplaatsen, tenzij deze verhuizing noodzakelijk is; indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en deze verhuizing, of de acceptatie van de nieuwe woning, heeft plaatsgevonden voordat het college een besluit heeft genomen naar aanleiding van de aanvraag, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden; indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager niet verhuist naar de voor hem op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor de verhuizing; indien de aanvraag betrekking heeft op de kosten van verhuizing en de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen; indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager verhuist naar een woning die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden; indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager verhuist naar een verzorgingshuis, een Wlz instelling of naar een bij die instelling horende (aanleun)-woning; indien de aanvraag betrekking heeft op een hotel/pension, trekkerswoonwagen, vakantiewoning of tweede woning. 3.. Het college beperkt de hoogte van het persoonsgebonden budget voor de kosten van een woonvoorziening van bouwkundige of woontechnische aard als bedoeld in artikel 7.1 c tot maximaal € 10.000,--. 4.. Voor de in het vorige lid bedoelde woonvoorziening kan alsnog een hoger persoonsgebonden budget worden verstrekt indien binnen een jaar na de aanvraag geen geschikte woning beschikbaar is, of wanneer binnen een half jaar na de aanvraag geen geschikte woning beschikbaar is en de ernst van de beperking dusdanig is dat de primaire woonfuncties zoals bezoek van toilet of badkamer niet meer mogelijk zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel