Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Toegang jeugdhulp via gemeente, melding hulpvraag

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2015 Gemeente Opmeer

Lid 1 van artikel 4 regelt de start van het toegangstraject voor jeugdigen en ouders met een hulpvraag. De toeleiding naar individuele voorzieningen verloopt in de regel via het wijkteam. Er kunnen zich drie bijzondere toeleidingssituaties voordoen; deze worden beschreven in lid 2 t/m 4. Lid 2 is een letterlijke weergave van artikel 2.4., tweede lid, onderdeel b, van de wet en regelt de uitvoering van de verplichting van het college om jeugdhulp in te zetten die nodig wordt geacht in situaties waarbij de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering aan de orde is. In die situaties zal in eerste instantie een beroep moeten worden gedaan op het voorzieningenpakket dat door de gemeente is ingekocht via subsidies dan wel contracten. Maar mocht hierin een leemte bestaan dan zal het college anderszins in de op haar rustende verplichting moeten voldoen. De derde bijzondere toeleidingssituatie (lid 3) doet zich voor bij crisissituaties. Beschreven wordt welke mogelijkheden het college heeft om adequaat te reageren. Het gaat dan om situaties waarbij gesloten jeugdhulp nodig is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen. Volgens artikel 6.1.8 van de wet kan het college hiervoor bij de kinderrechter een verzoek indienen voor een machtiging, een spoedmachtiging of een voorwaardelijke machtiging. In lid 4 van dit artikel is geregeld dat onder andere de jeugdige en ouders die een beroep doen op een overige voorziening zoals een opvoedcursus, zich hier direct toe kunnen wenden zonder de procedure vanaf artikel 3 te hoeven doorlopen. Zij hoeven dus geen verplichte gang langs het wijkteam te maken. Wel kan het wijkteam hen adviseren om gebruik te maken van deze overige voorziening. In dit opzicht is er geen verschil met de situatie van vóór de inwerkingtreding van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel