Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:
voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde
cliëntondersteuning, en,
voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de
maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor
het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen
van de cliënt en zijn echtgenoot.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald:
door een aanbesteding;
na een consultatie in de markt, of
in overleg met de aanbieder.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet,
worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK
vastgesteld en geïnd.
Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van
een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd,
is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders,
daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1
van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene
die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over
een cliënt.
Het college bepaalt bij nadere regeling:
voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning,
de cliënt een bijdrage is verschuldigd;
wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage
is;
voor welke groep personen een korting op deze bijdrage van
toepassing is, en
dat de bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s overeenkomstig
artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt
verlaagd, waarbij wordt bepaald welke afwijkende bedragen,
percentages en inkomensbedragen worden gehanteerd.
Artikel 7.
Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Opmeer 2015