Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 7

Bedragen persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Zwartewaterland 2015

lid 1. De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden bedragen: hulp bij het huishouden 1, € 16,88 per uur hulp bij het huishouden 2, € 19,00 per uur bemiddeling; € 15,50 Het bedrag voor bemiddeling is als volgt opgebouwd: € 2,-- voor bemiddelingskosten en € 13,50 voor loonkosten per uur. Maximum uurtarief Wmo & Jeugdwet De maximum pgb-tarieven Wmo voor formele hulpen zijn per 2015 gekoppeld aan de in naturatarieven. Wanneer de pgb-houder kiest voor een duurdere voorziening dan de goedkoopst compenserende oplossing betaalt de pgb-houder het meerdere zelf bij. Het maximum uurtarief voor een informele hulp is gesteld op 75% van het zorg in natura tarief met een maximum van € 20, - per uur (individueel) en maximaal € 30, - per etmaal (kortdurend verblijf). Overgangscliënten Overgangscliënten behouden bij ongewijzigde situatie en met een geldige indicatie in 2015 hetzelfde pgb als in 2014. Onder overgangscliënten verstaan we alle Wmo-cliënten met huishoudelijke hulp en Awbz cliënten die overkomen naar de Wmo of Jeugdwet. De overgangscliënten Awbz kunnen in 2015 maximaal: € 63, - per uur of € 58, - per dagdeel in rekening brengen. Het Awbz-pgb mag niet besteed worden aan Behandeling en Verblijf (wel kortdurend verblijf). ZZP-pgb Mensen met een indicatie voor Verblijf krijgen binnen de Awbz zorg toegekend in de vorm van een zorgzwaartepakket, het zogenoemde ZZP. Met een pgb-ZZP kan de pgb-houder thuis blijven wonen. Het pgb-ZZP is er speciaal voor mensen die thuis willen blijven wonen of willen wonen in kleinschalige woonvormen, eigen woning/ aanleunwoning, geclusterde woningen, kleinschalig wonen in groepsverband, Thomashuizen of andere huizen van particulier initiatief. Zij worden niet overgeheveld naar de gemeente, ondanks het afschaffen van de lagere ZZP’s bij nieuwe indicaties en herindicaties. Bewoners met een laag ZZP (1,2 en 3) mogen blijven wonen in het huis van hun keuze en vallen onder de Wet langdurige zorg. Alleen voor de ZZP's GGZ geldt dit niet (Beschermd wonen). Zij worden wel overgeheveld naar de gemeenten. Hoe het precies is geregeld voor mensen die kenbaar maken in een wooninitiatief te willen gaan wonen is nog onduidelijk. Pgb-houders met een laag ZZP en die niet woonachtig zijn in een wooninitiatief worden wel overgeheveld naar de gemeente en ontvangen na het overgangsjaar het pgb, evenals de andere pgb-houders, in bekostigingseenheden. Het pgb voor informele hulp bedraagt 75% van het zorg in natura tarief met een maximum van € 20, - per uur (individueel) en maximaal € 30, - per etmaal (kortdurend verblijf). Het totaal per mantelzorger kan niet meer bedragen als de bijstandsnorm. De pgb-houder en de gemeente bepalen of de informele hulp een vergoeding ontvangt en zo ja: de hoogte van de vergoeding. Hierover worden afspraken vastgelegd in het persoonlijk ondersteuningsplan of gezinsplan. Er kan voor gekozen worden een onkostenvergoeding te verstrekken. Onkostenvergoeding (Belastingdienst): Het is mogelijk om de informele hulpen een maandelijkse onkostenvergoeding te betalen (onbelast en premievrij) van € 150, - per maand met een maximum van € 1.500, - per jaar. Dit bedrag moet alle kosten dekken, dus ook bijvoorbeeld reiskosten. Betaalt de pgb-houder een vergoeding per uur, dan beschouwt de Belastingdienst een uurvergoeding van maximaal € 4,50 (of € 2,50 voor een informele hulp jonger dan 23 jaar) als een onkostenvergoeding/ vrijwilligersvergoeding

Rechtspraak bij dit artikel