Het marktgeld bedraagt, voor elke keer dat van de
standplaats gebruik wordt gemaakt, voor een uitstalling op
de grond of in de kramen, stallen, auto's, wagens, karren,
hand- en kruiwagens, tafels, manden en dergelijke, per
strekkende meter, of een gedeelte daarvan: € 2,35 met een
minimum van € 3,65.
Voor een vaste standplaats op de markt gedurende een
kalenderjaar, wordt per kalenderkwartaal een bedrag geheven
volgens het in het eerste lid genoemde tarief,
vermenigvuldigd met de factor 11, met een minimum van €
40,--.
Het marktgeld zoals genoemd in het eerste en tweede lid
wordt verhoogd indien gelijktijdig met het innemen van
een:
standplaats, als bedoeld in het eerste lid, elektriciteit
wordt afgenomen: met € 4,95 per eenheid, per keer, exclusief
omzetbelasting;
vaste standplaats, als bedoeld in het tweede lid,
elektriciteit wordt afgenomen: met € 54,25 per eenheid, per
kwartaal, exclusief omzetbelasting.
Het aantal afgenomen eenheden wordt gesteld op twee, indien door de
houder van de standplaats krachtstroom wordt afgenomen.
Voor het innemen van een vaste standplaats als bedoeld in
het tweede lid in de loop van een kalenderkwartaal, zal het
tarief genoemd in het tweede lid en het derde lid, onderdeel
b., eerst toepassing vinden met ingang van de eerste dag van
het eerstvolgende kalenderkwartaal.
De houder van een vaste standplaats op de markt heeft recht
op ontheffing van de volgens het tweede en derde lid,
onderdeel b., geheven marktgeld voor zoveel volle
kalenderkwartalen als er nog in het jaar overblijven:
indien hij volgens zijn voorafgaande aan het college van
burgemeester en wethouders gedane schriftelijke mededeling
geen gebruik meer zal maken van de hem toegewezen
standplaats;
in geval van diens overlijden.