Deze verordening verstaat onder:
gemeentelijk monument:
onroerende zaak die ingevolge de monumentenverordening Ede als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; hiertoe behoren ook de gemeentelijke archeologische monumenten;
stads- of dorpsgezicht:
groep van onroerende zaken die ingevolge de monumentenverordening Ede als beschermd stads- of dorpsgezicht is aangewezen;
rijksmonument:
onroerende zaak, die is ingeschreven in het ingevolge de Monumentenwet vastgestelde monumentenregister;
onderhoud:
periodieke werkzaamheden noodzakelijk om een gemeentelijk monument in goede staat te houden c.q. in de bestaande staat te conserveren en/of toekomstige restauraties te voorkomen of te verminderen;
restauratie:
het treffen van voorzieningen tot opheffing van (bouwtechnische) gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument en conform de door burgemeester en wethouders vastgestelde standaard uitvoeringsvoorschriften;
eigenaar:
de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een gemeentelijk monument, dan wel krachtens persoonlijk recht het genot heeft van een gemeentelijk monument;
monumentencommissie:
het in artikel 3 van de monumentenverordening 1998 genoemde adviesorgaan van burgemeester en wethouders met betrekking tot aangelegenheden die van belang zijn voor de behartiging van de monumentenzorg;
monumentenfonds:
het bij het besluit van de raad der gemeente Ede van december 1984 ingestelde fonds, waaruit subsidies voor onderhoud en restauraties gefinancierd worden.
hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Subsidieverordening onderhoud en restauratie monumenten Ede 1998