**1.** Niet voorziene activiteiten: ontwikkelingen waarover pas na de vaststelling van het
betreffende bestemmingsplan voor het eerst op landelijk, regionaal of plaatselijk niveau
discussies zijn ontstaan en uitmonden in activiteiten die kennelijk in een behoefte voorzien;
**2.** Gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden: de mogelijkheden om gronden en
daarop toegelaten bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te
gebruiken.
**3.** Mantelzorg: zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan
een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij
zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie [omschrijving die door de Nationale
Raad voor de Volksgezondheid is vastgesteld].
**4.** Onevenredige afbreuk: wanneer een activiteit niet kan voldoen aan de nadere precisering en concretisering van de algemene toetsingscriteria, zijnde de leden 4 tot en met 10;
**5.** Straat- en bebouwingsbeeld: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten
gebruiksvormen, dient gestreefd te worden naar het instandhouden c.q. tot-stand-brengen
van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend bebouwingsbeeld.
In het algemeen zal bij bebouwing worden gestreefd naar:
- een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte;
- een goede bouwhoogte-/breedte-verhouding tussen de bebouwing onderling;
- een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk
op elkaar georiënteerd is.
**6.** Woonsituatie: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bouwwerken,
werken en andere gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met het
instandhouden c.q. garanderen van een redelijke lichttoetreding alsmede de aanwezigheid
van voldoende privacy.
**7.** Verkeersveiligheid: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten
gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. tot-
stand-brengen van een verkeersveilige situatie, door het garanderen van vrije
uitzichthoeken bij kruisingen van wegen en bij uitritten.
**8.** Sociale veiligheid: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten
gebruiksvormen, dient voorkomen te worden dat een ruimtelijke situatie ontstaat die niet
sociaal controleerbaar, onoverzichtelijk en onherkenbaar is;
**9.** Milieusituatie: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen,
dient rekening te worden gehouden met de milieuaspecten, zoals hinder voor
omwonenden en een verkeersaantrekkende werking.
In het bijzonder dient er bij de situering en omvang van milieubelastende functies op te
worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies niet wordt
beperkt.
Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te
worden gelet dat bestaande milieubelastende functies niet in hun functioneren worden
beperkt.
**10.** Brandveiligheid: ten aanzien van de situering van bouwwerken, dient rekening te worden
gehouden met het instandhouden c.q. tot-stand-brengen van een brandveilige situatie;
**11.** Gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden:
ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen, dient rekening
te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden binnen andere bestemmingen, indien
deze daardoor onevenredig negatief kunnen worden beïnvloed.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels “toepassen planologische afwijkingen”