In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
Weg:
de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
liggende en als zodanig aangeduide
parkeerterreinen;
de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek
toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
vaartuigen;
de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
portieken, gangen, passages en galerijen, die
uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende
de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe
naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten;
Noordzeestrand, gelegen binnen de gemeentegrens.
Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
tweede lid, van de Wegenwet.
Rechthebbende: eenieder die over enige zaak enige zeggenschap
heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.
Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a
en onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990, met uitzondering van:
treinen en trams;
kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
voertuigen.
Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten.
Woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
gebezigd of tot woning bestemd.
Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij
direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke
overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
vormt.
Vee: dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in bijlage A
van de Meststoffenwet.
Openbaar water: alle wateren die – al dan niet met enige
beperking – voor het publiek bevaarbaar of anderszins
toegankelijk zijn.
Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
te dienen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening Westland 2004