De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
indien de houder of de rechtverkrijgende dit verzoekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.6
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening Westland 2004