**1..** Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
vergunning van de burgemeester.
**2..** De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het
eerste lid indien de vestiging of de exploitatie van het
horecabedrijf in strijd is met een geldend
bestemmingsplan.
**3..** De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het
eerste lid indien de houder geen verklaring omtrent gedrag
overlegt die uiterlijk 3 maanden voor de datum waarop de
vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.
**4..** De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste
lid geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel
moet worden aangenomen dat de woon‑ en leefsituatie in de
omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op
ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de
aanwezigheid van het horecabedrijf.
**5..** Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het
karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf
is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter
plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
exploitatie van het horecabedrijf.
**6..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.5.1 beslist de
burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf
behorende terrassen voorzover deze zich op de weg bevinden
over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het
terras.
**7..** Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de
burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming
van die weg ten behoeve van een of meer bij een
horecabedrijf horende terrassen weigeren:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
daarvan;
indien dat gebruik een belemmering kan worden voor
het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
**8..** Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet voorzover
de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening
Zuid-Holland (1997) van toepassing is.
**9..** De burgemeester kan aan de vergunning nadere voorschriften
verbinden ten aanzien van de (brand)veiligheid.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1
Artikel 2.3.1.2
Exploitatievergunning horecabedrijf
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening Westland 2004