**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het
terrein van een ander:
anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
vindt;
anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
acht en een aanlijn‑ en muilkorfgebod in verband met het
gedrag van die hond noodzakelijk vindt.
**2..** In afwijking van artikel 2.4.17, aanhef en onder c, geldt voor
het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
moet zijn van een optisch leesbaar, niet-verwijderbaar
identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.
**3..** In het eerste lid wordt verstaan onder:
muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder
d, van de Regeling agressieve dieren;
kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
langer is dan 1,50 meter.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
voorzover de Regeling agressieve dieren van toepassing is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.19
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening Westland 2004