**1..** Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet
worden herplant.
**2..** Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
**3..** Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van
feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van
de vergunning, oftewel tot het moment dat:
de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken
zonder dat bezwaar of beroep is ingediend;
beslist is op een verzoek om een voorlopige
voorziening;
beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot
voorlopige voorziening is gedaan.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 5
Artikel 4.5.5
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening Westland 2004