**1..** Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de
weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan
niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de
openlucht gelegen plaats:
met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander
middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde
in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te
bieden dan wel diensten aan te bieden;
anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te
hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te
verstrekken aan publiek.
**2..** Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan,
dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt
of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als
bedoeld in het eerste lid.
**3..** Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten
aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven
stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als
bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
**4..** De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op
de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks
gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een
evenement als bedoeld in artikel 2.2.1, of voor het organiseren
van een markt als bedoeld in artikel 5.2.4.
**5..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de
Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zuid-Holland
(1997) van toepassing is.
**6..** Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen of beperken van
overlast;
in het belang van de bescherming van het uiterlijk
aanzien van de omgeving;
in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te
verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter
plaatse in gevaar komt;
vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.
**7..** Het college houdt de beslissing op een aanvraag voor een
standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag tevens een
Wet-milieubeheerplichtige activiteit betreft en indien geen
toepassing kan worden gegeven aan het zesde lid, tot de dag
waarop de beslissing over de Wet-milieubeheervergunningaanvraag
is genomen.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 2
Artikel 5.2.3
Standplaatsen
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening Westland 2004