Naar hoofdinhoud
1.. In deze verordening wordt verstaan onder: de wet : de Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375); belanghebbende : degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit op grond van deze verordening is betrokken; woonlasten : 1. indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsda- tum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Huursubsidiewet; 2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financie- ring van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in ver- band met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten wordt verstaan: het eigenaarsaandeel van de onroerende zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering, het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten en de kosten van groot onderhoud, overeenkomstig de terzake genormeerde bedragen; toeslag : de toeslagen als bedoeld in Hoofdstuk 3, § 3 van de wet; verzorgingsbehoevende : degene die geïndiceerd is voor opname in een verzorgings- of ver-pleeghuis of zodanig gehandicapt is, dat hij zonder hulp of verzor-ging zou zijn aangewezen op opname in een verzorgings- of ver-pleeghuis of in een andere inrichting ter verzorging of verpleging; verzorgende : medebewoner die een verzorgingsbehoevende verzorgt met wie een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat; medebewoner : degene die, evenals de huurder of de eigenaar van een woning, in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft; college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland. 2.. De algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen slechts dan geacht worden te worden gedeeld met een medebewoner, indien deze tenminste beschikt over een inkomen, dat gelijk is aan de vergoeding van levensonderhoud voor een studerende thuiswonende op grond van de Wet studiefinanciering 2000, vermeerderd met 10% van de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef, sub c van de wet. 3.. a. Deze verordening is van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. b. Bij gehuwden geldt deze verordening slechts indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn. 4.. De toepassing van de hoofdstukken 3 en 4 vindt plaats onverminderd het bepaalde in artikel 18, eerste lid van de wet. 5.. De in deze verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben dezelfde betekenis als bedoeld in de wet en de Algemene wet bestuursrecht, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening wordt afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel