Naar hoofdinhoud
1.. De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag: indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander; en/of indien er voor een verzorgingsbehoevende en zijn verzorgende sprake is van uit de verzor- gingsbehoevendheid voortvloeiende extra kosten. 2.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft alsmede voor de verzorgingsbehoevende en de verzorgende bepaald op 20% van de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef, sub c van de wet. 3.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet van toepassing is, 10% van de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef, sub c van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel