Naar hoofdinhoud
1.. De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode, op voorstel van het college of bij de behandeling van de eerste begroting in deze periode, een programma-indeling voor de komende raadsperiode vast. 2.. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op basis van de door het college aan de programma’s toegewezen producten de onderverdeling van de programma’s in prioriteiten vast. 3.. De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voor het meten en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. 4.. De raad kan bij aanvang van iedere raadsperiode of voor aanvang van een nieuw begrotingsjaar aangeven behoefte te hebben aan extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen, in de begroting en jaarstukken voor aanvullende kaders en informatie. 5.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel