In deze regeling wordt verstaan onder:
Programmabudget: een samenhangend geheel aan doelstellingen, resultaat- en prestatieafspraken en de daarvoor toegekende middelen verbonden aan een programma dat is opgenomen in de begroting.
Budget: een samenhangend geheel aan doelstellingen, resultaat- en prestatieafspraken en de daarvoor toegekende middelen bestaande uit lasten en baten (inclusief bijbehorende voorzieningen), verbonden aan een product, kostenplaats of investering.
Deelbudget: een onderdeel van een budget bestaande uit één of meerdere kosten- en opbrengstensoorten.
Budgethouder: een door de directie aangewezen medewerker, die binnen de hem[1] via een budget gegeven machtiging:
bevoegd en verantwoordelijk is voor het aangaan van overeenkomsten tot levering van goederen, aanneming van werk en/of verlening van diensten (hierna aan te duiden als ‘verplichtingen’) en;
opdracht kan geven tot het doen van betalingen.
Budgetbeheerder:een door de budgethouder aangewezen medewerker, die binnen de hem via een (deel)budget gegeven machtiging:
bevoegd en verantwoordelijk is tot het aangaan van verplichtingen en;
opdracht kan geven tot het doen van betalingen.
Prestatie-akkoordverklaarder:een door de budgethouder aangewezen medewerker die de budgethouder dan wel de budgetbeheer:
ondersteunt bij het aangaan van verplichtingen en;
toetst of de factuur en de geleverde prestatie in overeenstemming zijn met de verplichting.
[1] Daar waar ‘hij’ of ‘hem’ staat kan ook gelezen worden ‘zij’ of ‘haar’.