Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 15

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerk-voorzieningen en algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Terschelling 2-15

1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: a. voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning en, b. voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel pgb, zolang hij van de maatwerk-voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt en is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. Voor het begrip echtgenoot wordt verwezen naar artikel 1.1.2. van de Wmo 2015. 2. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 3. De kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald: a. door een aanbesteding; b. na een consultatie in de markt, of c. in overleg met de aanbieder. 4. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in het landelijk besluit Wmo. De maximale bedragen worden gehanteerd. 5. Het dagelijks bestuur stelt bij nadere regeling  de bijdragen voor verblijf in een opvang en beschermd wonen vast alsmede de wijze van innen van de bijdrage. 6. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de Wmo 2015, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 7. Als een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a.  de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en b.  degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt, zoals geregeld in artikel 2.1.5, lid 1, sub b van de wet. 8. In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet. 9. Het dagelijks bestuur bepaalt bij nadere regeling: a. voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is verschuldigd; b. wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel