Naar hoofdinhoud

Artikel 4

De alleenstaande van 23 jaar of ouder

Onderdeel van Verordening verhoging en verlaging algemene bijstand

1.. De alleenstaande van 23 jaar of ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, ontvangt op de norm genoemd in artikel 21 Wwb, onder a, een toeslag ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 Wwb. 2.. De alleenstaande van 23 jaar of ouder in wiens woning alleen een of meerdere kinderen jonger dan 21 jaar hoofdverblijf hebben, ontvangt eveneens een toeslag ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 Wwb. Als er behalve een of meerdere kinderen jonger dan 21 jaar nog één ander persoon (of één gezin), zijn hoofdverblijf heeft, ontvangt de alleenstaande nog een toeslag ter hoogte van de helft van het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 Wwb. Als er behalve een of meerdere kinderen jonger dan 21 jaar nog meer dan één ander persoon (of meer dan één gezin), waarvan tenminste een geen kind is, zijn hoofdverblijf heeft, ontvangt de alleenstaande geen toeslag. 3.. De alleenstaande van 23 jaar of ouder in wiens woning een of meerdere kinderen ouder dan 20 jaar hun hoofdverblijf hebben, ontvangt een toeslag ter hoogte van de helft van het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 Wwb. Als er behalve een of meer kinderen ouder dan 20 jaar nog één of meer ander personen, waarvan tenminste een geen kind is, zijn hoofdverblijf heeft, ontvangt de alleenstaande geen toeslag. 4.. Bij de alleenstaande van 23 jaar of ouder inwonende kinderen die recht hebben op een toelage ingevolge de Wet studiefinanciering 2000 (WSF) of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS), worden voor de toepassing van deze verordening beschouwd als kinderen jonger dan 21 jaar, ongeacht hun leeftijd. 5.. De alleenstaande van 23 jaar of ouder, in wiens woning één ander persoon (of één gezin), niet zijnde een kind, zijn hoofdverblijf heeft, ontvangt een toeslag ter hoogte van de helft van het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 Wwb. 6.. De alleenstaande van 23 jaar of ouder, in wiens woning meer dan één ander persoon (of meer dan één gezin), niet zijnde een kind, zijn hoofdverblijf heeft, ontvangt geen toeslag. 7.. De alleenstaande van 23 jaar of ouder, die een woning bewoont waaraan voor hem geen woonkosten zijn verbonden, ontvangt in afwijking van de vorige leden geen toeslag. 8.. De alleenstaande van 23 jaar of ouder, die gebruik maakt van een door het college ter beschikking gesteld briefadres, of van een ander postadres, ontvangt geen toeslag. 9.. De alleenstaande van 23 jaar of ouder, die inwoont bij zijn ouder(s), wordt geacht bij te dragen in de woonlasten en ontvangt een toeslag ter hoogte van de helft van het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 Wwb. 10.. Voor de toepassing van lid 2 en 3 wordt onder kind mede verstaan het gezin van het kind.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel