Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 16

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand gemeente Dinkelland 2009

1.. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt, met uitzondering van het bepaalde in het derde lid, een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel als bedoeld in het eerste lid vastgesteld op: 10% bij een periode van 3 maanden of korter; 10% gedurende 3 maanden, bij een periode van 3 tot 6 maanden; 10% gedurende 6 maanden, bij een periode van 6 maanden en langer. 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt, bij het onverantwoord interen van vermogen, een maatregel opgelegd van: 0% bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd tussen € 0,-- en € 1.000,--; 20% gedurende 3 maanden bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer bedraagt dan € 1.000,-- maar minder bedraagt dan € 2.000,--; 50% gedurende 3 maanden bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer bedraagt dan € 2.000,-- maar minder bedraagt dan € 5.000,--; 50% gedurende 6 maanden bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer bedraagt dan € 5.000,-- maar minder bedraagt dan € 10.000,--; 50% gedurende 12 maanden bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer bedraagt dan € 10.000,--.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel