Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Algemene eisen

Onderdeel van Deelverordening vrijwilligersorganisaties gemeente Eijsden-Margraten

1.. De aanvraag voor subsidie kan enkel door een rechtspersoon worden ingediend. 2.. In bijzondere gevallen kan het college van het bepaalde onder lid 1. afwijken. 3.. Subsidieverlening kan geschieden indien: het activiteiten betreft waaraan inwoners van Eijsden-Margraten deelnemen, én de activiteiten niet door een reeds gesubsidieerde vrijwilligersorganisatie (kunnen) worden ondernomen, én de activiteiten niet reeds (toereikend) worden gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan. 4.. Bij één of meerdere beleidsregels kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt nader worden bepaald alsmede andere criteria, die voor die verstrekking gelden, worden vastgesteld. 5.. Subsidiëring van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats indien de vrijwilligersorganisatie zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan, tenzij het college van oordeel is dat de te leveren prestaties dermate van belang zijn dat hiervan kan worden afgeweken. 6.. Ten aanzien van incidentele subsidies wordt een jaarlijks door het college te bepalen maximumbedrag gehanteerd. Aanvragen om een incidentele subsidie geschieden met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.1.b. 7.. Subsidies kunnen uitsluitend worden verstrekt ten behoeve van activiteiten waarvan niemand op grond van ras, godsdienst, geslacht, afkomst, seksuele voorkeur of anderszins wordt uitgesloten, tenzij dit geschiedt met het doel een bestaande achterstand te verminderen. 8.. Waar de activiteiten worden uitgevoerd in een ruimtelijke voorziening, moet deze geschikt en toegerust zijn voor de uitvoering van de activiteiten. Het college kan aangeven in welke ruimtelijke voorziening de activiteit dient plaats te vinden wanneer men voor subsidie in aanmerking wenst te komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel