**1..** Het college stelt de hoogte van de aflossing op leenbijstand tijdens de bijstandsverlening vast op:
6% van de geldende bijstandsnorm voor gehuwden en alleenstaande ouders
8% van de geldende bijstandsnorm voor alleenstaanden
**2..** Voor niet verwijtbare leenbijstand, die bovendien niet is teruggevorderd, geldt dat het restantwordt kwijtgescholden, wanneer minimaal 36 aaneengesloten volledigeflossingstermijnen zijn voldaan. Belanghebbende dient hiervoor zelf een schriftelijk verzoek tedoen. Belanghebbende dient van de kwijtschelding een beschikking te ontvangen waarinvermeld het bedrag van de kwijtschelding;
**3..** Wanneer belanghebbende onvoldoende besef van verantwoordelijkheid kan worden verwetenmet betrekking tot het ontstaan of voortduren van de situatie welke tot het verstrekken van(verwijtbare) leenbijstand leidt, dient de geldlening volledig te worden terugbetaald, ook al zou deperiode van aflossing langer voortduren dan 36 maanden. In deze situatie dient hetaflossingsbedrag voor diegenen die een Participatiewet-uitkering ontvangen in beginsel te wordenbepaald op 10% van de toepasselijke bijstandsnorm plus toeslag;
**4..** Wanneer de cliënt niet meer aangewezen is op een bijstandsuitkering en bijvoorbeeld inkomstenheeft uit arbeid, vindt heroverweging plaats over de hoogte van de aflossing. De hoogte van hetaflossingsbedrag wordt individueel bepaald door het maken van een draagkrachtberekening.
**5..** In gevallen van terugbetaling van een Bbz-lening (alleen bedrijfskrediet) is lid 1 niet vantoepassing. Wel geldt dat na een periode van 5 jaar na beëindiging van het bedrijf of zelfstandigberoep, waarbij volledig aan de betalingsverplichting is voldaan, het bedrag dat nog niet isterugbetaald wordt kwijtgescholden.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 4:2
– Kwijtschelding bij geldleningen
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering 2015