In het besluit tot afstemming van het recht op bijstand als bedoeld in de artikelen 9a, twaalfde lid, en 18, tweede, vijfde en zesde lid, van de wet, of tot opleggen van een boete, of in de schriftelijke waarschuwing wordt in ieder geval vermeld:
de melding van de gedraging en het overtreden voorschrift, zo nodig met tijd en plaats;
of de sanctie een afstemming van het recht op bijstand betreft of een boete is of een schriftelijke waarschuwing;
de deugdelijke motivering van de afstemming, boete of schriftelijke waarschuwing;
een verwijzing naar betreffende artikelen in de wet of de verordening,
indien van toepassing, de datum van aanvang van de afstemming,
indien van toepassing, de duur van de afstemming,
de periode waarover de afstemming wordt toegepast,
het percentage waarmee de bijstand wordt afgestemd of het bedrag van de boete uitgaande van de bijstandsnorm, de bijzondere bijstand of het benadelingsbedrag
indien van toepassing, het financiële gevolg van de afstemming,
indien van toepassing, de reden om af te wijken van de duur en hoogte van de afstemming die volgt uit deze verordening of voor de boete volgend uit de bijbehorende beleidsregels,
de zienswijze van de belanghebbende,
indien van toepassing, de termijn waarbinnen de geldsom betaald moet worden.
indien van toepassing, de wijze waarop en de termijn waarover verrekening zal plaatsvinden
Met een besluit waarmee het recht op bijstand wordt afgestemd, wordt gelijkgesteld het besluitom daarvan af te zien op grond van dringende redenen conform artikel 2:5, eerste lid, onderdeel b. van deze verordening.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.3
– Het besluit tot het opleggen van een sanctie
Onderdeel van Verordening Afstemming en boete Participatiewet 2015