Een rolstoel als maatwerkvoorziening kan aan de orde zijn als er sprake is van belemmeringen bij het verplaatsen in en om de woning, die niet afdoende opgelost kunnen worden met een algemeen gebruikelijke of algemene voorziening. In hoeverre een rolstoel aan de orde kan zijn voor het zich verplaatsen op de plek van bestemming, is vooral afhankelijk van de vraag in hoeverre dit bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie.
We onderscheiden de volgende rolstoelvoorziening:
handmatig voortbewogen rolstoel;
elektrisch voortbewogen rolstoel;
aanpassingen aan de rolstoel.
Met aanpassingen wordt bedoeld; extra onderdelen die niet standaard op een rolstoel zitten maar wel noodzakelijk zijn voor de cliënt. Accessoires zoals een boodschappenmand en een extra spiegel zijn doorgaans niet noodzakelijk, maar wenselijk en worden daarom niet vergoed. Voor rolstoelen geldt dat voor kortdurend gebruik een beroep gedaan kan worden op de uitleenservice. Bewoners van een instelling die voorheen een AWBZ-instelling werd genoemd kunnen voor een rolstoel een beroep doen op de Wet Langdurige Zorg (Wlz).
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Rolstoelvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2015