Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Betaling en afboeking

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen

Artikel 7 van de wet schrijft voor hoe de toerekening van betalingen plaats moet vinden: Lid 1 bepaalt dat toerekening van betalingen achtereenvolgens gebeurt aan de kosten, de betalingskorting, de rente en de belastingaanslag; Lid 2 bepaalt hoe de afboeking aan de verschillende componenten van de belastingaanslag plaatsvindt; Lid 3 schrijft voor dat de ontvanger verplicht is om voor iedere contante betaling een kwitantie af te geven. In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: het tijdstip van de betaling; de afboeking van de betaling; teveelbetalingen; het rekenen van rente en kosten bij afboeking; het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen; de afboeking van de betaling op de bestuurlijk boete; de afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden; betaling bij vergissing; het verzenden van een mededeling bij een afboeking van een betaling. betaling van kleine bedragen; ontvangen bedragen uit de wettelijke saneringsregeling en faillissement. Tijdstip betaling Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente; Bij betaling door middel van storting van contant geld op het postkantoor, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van storting; Bij betaling door middel van een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling; Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan het loket van de gemeente is betaald als tijdstip van betaling; Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling;

Rechtspraak bij dit artikel