**1..** Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden,
die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor
zover die werkzaamheden:
naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
arbeidsmarkt;
niet zijn bedoeld als re-integratieinstrument;
worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid
in de organisatie waarin ze worden verricht; en
niet leiden tot verdringing.
**2..** Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening in
beleidsregels vastleggen welke aanvullende werkzaamheden het college
in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden
voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn
opgenomen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3
Inhoud van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet