Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

– Besluit tot het opleggen van een maatregel of boete

Onderdeel van Verordening Maatregelen en Boetes IOAW en IOAZ 2015

1.. In het besluit tot het opleggen van een maatregel als bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, onder a. of b., en 38, twaalfde lid van de IOAW, de artikelen 20, tweede lid, onder a. of b., en 38, twaalfde lid van de IOAZ of een boete of in de schriftelijke waarschuwing worden in ieder geval vermeld: de melding van de gedraging en het overtreden voorschrift, zo nodig met tijd en plaats; of de sanctie een maatregel of een boete of een schriftelijke waarschuwing betreft; de deugdelijke motivering van de maatregel, boete of schriftelijke waarschuwing; een verwijzing naar de betreffende wetsartikelen; indien van toepassing, de datum van aanvang van de maatregel of boete; indien van toepassing, de duur van de maatregel; indien van toepassing, het percentage van de maatregel waarmee de op belanghebbende van toepassing zijnde uitkeringsnorm wordt verlaagd of geweigerd dan wel het bedrag van de boete; indien van toepassing, het financiële gevolg van de maatregel; indien van toepassing, de reden om af te wijken van de duur van de maatregel die volgt uit deze verordening; indien van toepassing, de reden om af te wijken van de van toepassing zijnde hoogte van de maatregel of boete die volgt uit deze verordening; de zienswijze van belanghebbende voor zover hij gebruik heeft gemaakt van zijn recht zoals bedoeld in artikel 2.4, eerste lid. indien van toepassing, de termijn waarbinnen de geldsom betaald moet worden; Indien van toepassing, de wijze waarop en de termijn waarover verrekening zal plaatsvinden. 2.. Met een besluit waarmee de maatregel wordt opgelegd, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen conform artikel 2.5, eerste lid, onderdeel b., van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel