Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden:
naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;
niet zijn bedoeld als re-integratie instrument;
worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze wordenverricht; en
niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt of bestaand vrijwilligerswerk.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3:1
– Inhoud van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015