**1..** Vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie is:
de belanghebbende die vrijwilligerswerk verricht waarvoor toestemming is verkregen van het college;
de belanghebbende die deelneemt aan een traject in het kader van de arbeidsinschakeling;
de belanghebbende die zorgtaken verricht als mantelzorger voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is;
de belanghebbende die een parttime baan heeft;
de belanghebbende die op grond van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid is ontheven van de arbeids- en re-integratieplicht;
de alleenstaande ouder die ontheffing van de arbeidsplicht heeft in verband met de volledige zorg voor een tot zijn last komend kind in de leeftijd tot 5 jaar (artikel 9 lid 1 sub a Participatiewet 2015).
**2..** Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het voorgaande lid.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3:4
– Vrijstelling tegenprestatie
Onderdeel van Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015