Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3:4

– Vrijstelling tegenprestatie

Onderdeel van Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015

1.. Vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie is: de belanghebbende die vrijwilligerswerk verricht waarvoor toestemming is verkregen van het college; de belanghebbende die deelneemt aan een traject in het kader van de arbeidsinschakeling; de belanghebbende die zorgtaken verricht als mantelzorger voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is; de belanghebbende die een parttime baan heeft; de belanghebbende die op grond van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid is ontheven van de arbeids- en re-integratieplicht; de alleenstaande ouder die ontheffing van de arbeidsplicht heeft in verband met de volledige zorg voor een tot zijn last komend kind in de leeftijd tot 5 jaar (artikel 9 lid 1 sub a Participatiewet 2015). 2.. Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het voorgaande lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel